Conflict Deurwaarder MG de Jong inzake Lindorff/t-mobile

8 reacties

April 2015 kreeg ik ineens op mijn nieuwe woonadres een brief van MG de Jong dat er beslag werd gelegd op mijn inboedel, omdat er naar hun mening nog een schuld openstond bij T-Mobile. Ik heb hierop gebeld en aangegeven dat dit naar mijn mening niet klopt en verzocht om de stukken die dit aantonen. Deze heb ik van de deurwaarder niet mogen ontvangen, maar in plaats daarvan werd er 2 weken later een executie brief en biljet aan de deur geplakt.

Wederom heb ik contact opgenomen met de deurwaarder en aangegeven dat ik de stukken wilde hebben, maar dat ik ter afwending van de verkoop 2/3 van de kosten heb betaald a 500 euro. Ik heb ook aangegeven dat ik de claim verder niet erken tot ik de stukken heb ontvangen, waarna ik een betalingsregeling zou aangaan in 2 termijnen, mits de claim gegrond zou zijn. Wederom toezegging dat ik de documenten zou ontvangen, ditmaal per e-mail en mijn emailadres doorgegeven.

Wederom geen documenten ontvangen, maar wel weer een aanzegging van een executieverkoop op 3 september aanstaande voor een bedrag van 439 euro exclusief verdere kosten die voortvloeien uit de aanzegging en verkoop zelf. Wederom ontbreekt iedere opbouw van de kosten.

Ik ben het niet eens met de vordering om de volgende reden.

- Er is tenminste 6 jaar geen correspondentie geweest vanuit MG de Jong, dit terwijl mijn adres gewoon opvraagbaar is voor hen
- De eerste brief op mijn huidige adres was direct een beslaglegging inclusief kosten
- In geen enkele brief na april 2015 staat ook maar een overzicht van de kosten.
- Deurwaarder geeft geen inzage in de stukken en weigert deze toe te zenden.
- Er is geen schuld bekend bij T-Mobile naar hun zeggen
- Lindorff weigert alle correspondentie inzake deze kwestie.

Ik ben van plan om de volgende text te zenden.

Geachte heer, mevrouw

Vandaag vond ik van u een schrijven in mijn brievenbus en een aanplakbiljet aangaande een openbare verkoop aan mijn adres.

Ik wil u erop wijzen dat ik op 6 mei 2015 onder protest een bedrag van € 500,--, (dit omvatte de eis inclusief 20%) heb overgemaakt aan uw organisatie en hierop heb gebeld met het verzoek mijn dossier aangaande deze kwestie te ontvangen, voordat ik verdere betalingen zou verrichten. Ik heb duidelijk gemaakt dat de claim mij onterecht overkomt en naar mijn mening het bedrag onrechtmatig verhoogd is, dan wel dat er uit is gegaan van een verkeerd begin bedrag.

Ik heb deze documentatie nimmer van u mogen ontvangen en derhalve accepteer ik ook de claim niet. Indien u van andere mening bent verzoek ik u mij de volgende documenten toe te zenden:

- Brief van overzetting van Lindorff naar MG de Jong met datum
- Kopie laatste 2 brieven Lindorff aan mij in persoon. Met datum
- Officiële kopie uitspraak rechtbank met datum
- Correspondentie overzicht, documenten aan mij aan persoon overdragen met datum en adres inclusief wijze van overdracht.
- Ontvangen betalingen met datum
- Opbouw van de kosten met datum

Indien u hier geen gehoor aan wilt geven, ofwel mij dit overzicht niet toe wil zenden betekend dit dat uw eis onrechtmatig aangemerkt kan worden.

Mocht u desondanks overgaan tot de verkoop, zullen alle kosten die daaruit voortvloeien op materieel en ook psychisch niveau op u in persoon verhaald worden, daarnaast zou de zaak aanhankelijk worden gemaakt bij de tuchtcollege voor gerechtsdeurwaarders. Alwaar een kopie dezes heen zal worden gezonden.

BW boek6
Titel 3. Onrechtmatige daad Afdeling

1. Algemene bepalingen Artikel 162

1 Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden.

2 Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.

3 Een onrechtmatige daad kan aan de dader worden toegerekend, indien zij te wijten is aan zijn schuld of aan een oorzaak welke krachtens de wet of de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.

Artikel 170

1 Voor schade, aan een derde toegebracht door een fout van een ondergeschikte, is degene in wiens dienst de ondergeschikte zijn taak vervult aansprakelijk, indien de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.

2 Stond de ondergeschikte in dienst van een natuurlijke persoon en was hij niet werkzaam voor een beroep of bedrijf van deze persoon, dan is deze slechts aansprakelijk, indien de ondergeschikte bij het begaan van de fout handelde ter vervulling van de hem opgedragen taak. 3 Zijn de ondergeschikte en degene in wiens dienst hij stond, beiden voor de schade aansprakelijk, dan behoeft de ondergeschikte in hun onderlinge verhouding niet in de schadevergoeding bij te dragen, tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Uit de omstandigheden van het geval, mede gelet op de aard van hun verhouding, kan anders voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald

Artikel 172

Indien een gedraging van een vertegenwoordiger ter uitoefening van de hem als zodanig toekomende bevoegdheden een fout jegens een derde inhoudt, is ook de vertegenwoordigde jegens de derde aansprakelijk.

In afwachting van uw reactie verblijf ik,

dinsdag 25 augustus 2015