Interpretatie bestemmingsplan 1945, bouwgrond of tuingrond?

8 reacties

Hierbij wil ik een probleem voorleggen, waarvan ik nooit het naadje van de kous heb kunnen vinden. Ik hoop dus op een verlossend antwoord van Rijdende Rechter mr. Visser.

Het probleem betreft de interpretatie van het bestemmingsplan van mijn wijk dat nog uit 1945 dateert en in kennelijk lastig interpreteerbare bewoordingen is gesteld. Is er sprake van tuingrond of bouwgrond? Ik concludeer uit de tekst iets anders dan de gemeente.
Het probleem is in zoverre achterhaald, dat ik inmiddels de bouwvergunningsprocedure doorlopen heb zoals de gemeente dat wilde en daarmee aanzienlijke en kostbare vertraging met de bouw heb opgelopen.
Wat is het geval. Ik bezit een woning, deel uitmakend van in het bouwontwerp aangeduide ‘drie herenhuizen’ (onder één kap) en in 1911 als eerste in de weilanden aan de Warande zijn neergezet. Naderhand zijn er in de jaren ‘30 nieuwe kleinere, minder diep liggende woningen in een rij langs de Warande neergezet. De verlengde achterrooilijn van deze woningen loopt dwars door de achterwoonkamer van mijn woning.
Deze verlengde achterrooilijn is in het bestemmingsplan opgenomen als grenslijn waarachter de bestemming ‘tuin’ is toegekend. Mijn achterkamer staat dus deels in tuingebied.
In 1937 heeft de vorige eigenaar van mijn pand nog met een verleende vergunning een grote serre van 6 x 6 m2 laten aanbouwen, die derhalve geheel in het aangemerkte tuingebied ligt, maar toen bestond er nog geen bestemmingsplan. Zoals gezegd is dat plan pas in 1945 vastgesteld en nog nimmer gewijzigd. Officieel het heette het toen BBK, bebouwingsvoorschriften bebouwde kom)

Het bestemmingsplan bevat een slotbepaling, art. 26, met betrekking tot reeds bebouwde grond. Om de interpretatie daarvan gaat mijn vraag.

Ik interpreteer art 26 van het BBK dat niet onder de regeling vallen die grondgedeeltes die reeds bebouwd zijn. Dus dat in mijn geval uitgezonderd zijn het stuk woonkamer en de gehele serre. Dat gedeelte van de grond valt niet als tuingebied, maar als bouwgrond aan te merken.
Tevens wat toen geen tuingebied was, anno nu ook geen tuingebied kan zijn. De bestemming bouwgrond is mijns inziens vanaf 1945 definitief.
Drie jaar geleden wilde ik de bouwvallige serre vervangen door een nieuwe en de oude in zijn geheel slopen.
Volgens de gemeente moest ik dan een vrijstellingprocedure (WRO art 19) doorlopen. Ik zou immers, na de sloop, tuingrond gaan bebouwen, c.q. iets doen wat in strijd was met het bestemmingsplan. Op voorhand werd wel toestemming toegezegd, mits er in de periode van ter inzage legging geen bezwaren waren gekomen.

Slotbepalingen
art 26 lid (1 en) 2 van het Bestemmingsplan BBK
Titel: Verband met bestaande bebouwing

1. Het is verboden zoodanig te bouwen, dat daardoor een bestaand gebouwen/of het bijbehorend erf – voor zover zij in overeenstemming zijn met deze verordening – daaraan niet meer zouden voldoen of – voor zover zij afwijken van deze verordening – daarvan in sterkere mate zouden gaan afwijken.

2. Grond, die na het in werking treden van deze verordening, heeft behoord en heeft moeten behoren tot een bebouwd perceel, om te voldoen aan een of meerdere bepalingen dezer verordening, alsmede grond, die in aanmerking is en moest worden genomen, of zou moeten worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering gegeven is, of alsnog kan worden, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Verkort: lid 2. Grond (bebouwd) blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Dus ook voor bouwplannen in 2007 en in de toekomst blijft het BBK voor mijn oorspronkelijk voor 1945 bebouwde grond definitief buiten beschouwing.

dinsdag 14 september 2010