Schuld door verkeersboetes die ik niet kan betalen. Wat kan ik doen?

25 reacties

Halverwege 2003 ben ik verhuisd naar België met in het bezit van een bij het RDW geregistreerde auto. Begin 2004 heb ik deze auto ter vernietiging, in België bij een sloopbedrijf achtergelaten. Daarvoor een afstandsverklaring ( vrijwaringsbewijs ) gekregen. Ik heb toen de fout gemaakt de auto niet af te melden bij het RDW en het vrijwaringsbewijs is na een aantal jaren zoek geraakt. Het enige bewijs dat ik nog kan aandragen is een toenmalige collega als ooggetuige. Na vrijwillige beëindiging van mijn dienstbetrekking in België, ben ik vanwege relatieomstandigheden halverwege 2011 werkeloos terug gekeerd naar Nederland. Kort na mijn terugkomst in Nederland vielen de eerste boetebeschikkingen van het CJIB voor feiten als "onverzekerd rondrijden"en "geen APK" in de bus. Op navraag bij het RDW, bleek de genoemde auto nog altijd op mijn naam geregistreerd te staan, waarbij ik niet kon bewijzen dat deze allang was vernietigd. Dus gooide het RDW de deur dicht. Al snel volgden nog meer boetebeschikkingen. Twaalf in totaal, variërend van 100 Euro tot 380 Euro. Vanwege mijn bijstandsuitkering met strafmaatregel voor verwijtbaar ontslag zag ik geen enkele mogelijkheid dit te kunnen betalen. Pogingen om dit aan het CJIB duidelijk te maken strandden op geen begrip. Een beroepschrift voor één van de CJIB dossiers werd ontvankelijk verklaard op grond van Artikel 11 Lid 3 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften waarmee ook die deur werd gesloten. Nog tal van pogingen van emotionele brieven, werden op grond van termijn verstrijken aan de kant gegooid door de OvJ Nu ruim 2,5 jaar na terugkeer in Nederland zit ik door mede door de maximale verhogingen met een enorme schuld, het ontvankelijk verklaren van beroepschriften, de constante dreiging van gijzeling, talloze innames rijbewijs en dwangbrieven van Parketpolitie met mijn handen in het haar. Na mijn laatste beroepschrift, kreeg ik op 8 Januari 2015 een brief van het CVOM aangaande één van deze CJIB nummers met daarin wederom de vermelding dat mijn beroep pas dan in behandeling kan worden genomen na zekerheidstelling. In de hoop en verwachting dat de rest van de dossiers inhoudelijk daarin mee zouden worden genomen, heb ik met hangen en wurgen deze beschikking betaald. Hoe groot was mijn verbijstering, toen ik vandaag nogmaals acht identieke verzoeken van zekerheidstelling kreeg. Die ik absoluut niet kan betalen. In navolging van eerdere uitzending van Mr. Visser heb ik ten einde raad een verzoekschrift gedaan aan de Commissie van verzoekschriften van de Tweede Kamer in de hoop dat daar een opening gemaakt kan worden in dit vreselijke crepeergeval. Maar veel vertrouwen heb ik helaas niet. Ik zal moeten accepteren dat ik door één enkele fout in 2004 levenslang heb gekregen. Aldus, een radeloze schrijver!

zaterdag 17 januari 2015