Hoever strekt een Recht van Overpad?

4 reacties

Hallo,

In 1960, is ons woonerf ontstaan uit een veel groter perceel.
T.b.v. “het aan verkoper toebehorend verblijvend gedeelte” is er een toen een Recht van Overweg gevestigd. In de akte staat omschreven dat er een weg moest komen van ca. 2.5 meter breed langs de westgrens op ons perceel. Daarom is op ons “dienende perceel” op die plek vanaf het begin van vestiging van het recht in 1960 een rechtlopende op/afrit gerealiseerd. Deze oprit loopt pal langs ons woonhuis (keukenraam, woonkamerraam en achterdeur en langs onze achtertuin.
Dit garandeerde de verkoper om via het verkochte stukje land toch nog achter zijn woon/winkelpand gelegen (moes-)tuin te kunnen komen welke anders alleen nog te bereiken was door het pand zelf. Het woon/winkelpand (voorkant van dit pand is aan een drukke winkelstraat gelegen, heeft een winkelbestemming en heeft een apparte opgang naar het woonhuis op de eerste verdieping en een brede winkelingang.
Nu, circa 50 jaar later is de situatie zo: De oorspronkelijke eigenaar heeft zijn perceel met het woon/winkelpand verkocht aan een beleggingsclub. De winkel was al eerder door anderen overgenomen en deze mensen huren de benedenverdieping van deze BV. Op de bovenverdieping had de oorspronkelijke eigenaar een aantal kamers aan jongeren (circa 5). verhuurd, nadat hij zelf was verhuisd. Deze kamerbewoners zijn een paar jaar geleden uitgekocht door de belegginclub en nu word de bovenverdieping verhuurd aan een Stichting die minderjarige alleenstaande asielzoekers (circa 12) opvangt.
Mijn vraag is nu of wij verplicht zijn onze inrit voor alle huurders, bewoners, gebruikers, personeelsleden, hulpverlening en klanten in alle voorkomende situaties open te stellen. De eigenaren van het “heersende erf” vinden van wel. ( ter info: op ons perceel ligt geen bedrijfbestemming).
Aan de huurders is medegedeeld dat onze inrit als een "openbare weg"gebruikt kan worden.

woensdag 3 augustus 2011