Bij nader inzien is een onderdeel van mijn scheidingsconvenant niet juist.

1 reactie

Eind 2010 is mijn stiefvader overleden. Tot de boedel behoort ook zijn woning. In 2011 ben ik gescheiden en in het convenant staat:

Partijen zijn ieder voor de helft mede-erfgenaam in het ouderlijk huis van de vader van de man. De erven zijn voornemens het huis te verkopen. De man zal binnen drie maanden na verkoop van de woning onder aftrek van het over dit erfdeel verschuldigde successierecht aan de vrouw de haar toekomende helft overmaken op een door haar aan te geven bankrekeningnummer.

Vorige week vertelde de notaris die de verkoop regelt dat er in het testament van mijn stiefvader staat dat ik samen met mijn broers erfgenaam ben en dat er is een uitsluitingsclausule is opgenomen waarin staat dat niets uit de nalatenschap naar een partnerschap of gemeenschap van goederen mag gaan. Met andere woorden mijn ex-vrouw kan geen aanspraak maken op gelden/goederen t.a.v. de erfenis. (Dat had ik kunnen weten maar ik heb het testament niet zorgvuldig genoeg gelezen).

Ik heb de nieuwe situatie via onze gezamenlijke advocaat aan mijn vrouw laten weten. Het antwoord is dat: indien we tijdens het maken van het convenant hadden geweten dat mijn ex-vrouw geen recht had op haar deel van de erfenis (50% gemeenschap van goederen) er andere eisen waren gesteld.

Weet iemand wat mijn positie is in deze?

maandag 6 juni 2011