Blog

Bij tante op kamers

Huren bij tante

Mevrouw Van Dam komt op mijn spreekuur. Vorige week belde zij met vragen over kamerhuur aan haar nichtjes, de kinderen van haar zus. Zij komen ook naar het gesprek.

Scheiding

In de wachtkamer zit ruim voor het afgesproken tijdstip al een keurig gekapte dame, wollen mantel, hoge hakken. Als ik haar een hand geef en haar uitnodig mee te lopen naar de spreekkamer verontschuldigt ze zich. “Sorry, mijn nichtjes zijn er nog niet, ze zijn ook altijd te laat.” Met een zucht neemt ze plaats op de stoel tegenover mij. “Vertelt u eens”, vraag ik haar en ze steekt van wal. Haar zus is gescheiden en heeft haar huis verkocht. Ze gaat nu bij haar nieuwe vriend in het noorden van het land wonen, maar de kinderen willen niet mee verhuizen. Zij studeren in Den Bosch en willen graag bij hun tante op kamers.

Onderverhuren

Mevrouw Van Dam heeft een grote woning met veel kamers die ze kan onderverhuren aan haar nichtjes. Mijn collega brengt op dat moment de twee nichtjes binnen, twee jonge stoere meiden. Mevrouw van Dam kijkt mij veelbetekenend aan terwijl de dames gaan zitten. “Hoe zit dat met de huurbescherming?” vraagt mevrouw mij op zakelijke toon. “U begrijpt dat huurders zich aan de regels van het huis moeten houden. Ik heb echter gehoord dat het onmogelijk is huurders die zich niet aan de regels houden het huis uit te krijgen”. De nichtjes kijken mij ongerust aan.

Proefperiode

Ik bespreek de mogelijkheid van hospitaverhuur en daarna is de spanning snel uit de lucht. De huurder die “inwoont” bij de verhuurder heeft de eerste negen maanden geen huurbescherming. Mochten de huisregels van tante voor de nichtjes niet haalbaar zijn, dan kan zij de huur binnen die negen maanden opzeggen. Er is wel een opzegtermijn van drie maanden. Mevrouw Van Dam is zichtbaar opgelucht. Ook na de proefperiode is de huurbescherming beperkt.

De nichtjes kijken weer wat opgewekter en tante komt tot de conclusie dat ze de sprong maar moet wagen. “Wat meer gezelligheid in huis is ook wat waard, maar het moet wel leefbaar blijven!” besluit mevrouw Van Dam.

Geschreven door Inge Ketelaars van het Juridisch Loket.