Een faillissement, en nu?

Faillissement

“Het buldert maar door. Bedrijven bestaan soms honderd jaar en hebben nu ineens geen spek meer op de botten”, valt rechter Matthieu Verhoeven met de deur in huis. Hij heeft het over faillissementen. Die bezorgen klanten en werknemers vaak veel onduidelijkheid. Want wat zijn eigenlijk de gevolgen van zo’n faillissement?

Waar heeft u als klant nog recht op?
De rechter kan met klanten geen rekening houden. “Bij een faillissementsaanvraag geef ik gewoon antwoord op de vraag: failliet of niet failliet?”, vertelt Matthieu Verhoeven. Als insolventierechter is hij gespecialiseerd in faillissementen. Een curator heeft het na een faillissement in een bedrijf voor het zeggen, en ook daarmee heeft de gedupeerde klant het maar lastig. Reinier Quint, al meer dan 30 jaar curator, zegt: “In principe zijn klanten hun geld kwijt, tenzij er een speciale regeling voor getroffen is.” Die regeling moet dan inhouden dat er ergens buiten het bedrijf geld geparkeerd is. “Zo is er in de keukenbranche eens een fonds geweest. Als je een aanbetaling deed voor een nieuwe keuken en de leverancier ging failliet, dan kon je vaak bij dat fonds aankloppen. Ook bij het failliete Oad was er een garantiefonds, de SGR.”

Een schrale troost voor werknemers
Dan de werknemers, want die staan toch meteen op straat als hun baas failliet is? “Geenszins”, weerlegt Quint onmiddellijk. “Een curator kan, makkelijker dan gewone werkgevers, arbeidsovereenkomsten opzeggen. Maar hij heeft wel altijd toestemming nodig van de rechter-commissaris. En daar kunnen werknemers ook nog bezwaar tegen maken. Bovendien moet de curator een opzegtermijn in acht nemen van meestal zes weken. Die tijd krijgen werknemers dus gegarandeerd uitbetaald, meestal door het UWV. Een curator kan dan wel beslissen dat ze die tijd nog door moeten werken. Daarna zullen de werknemers, als ze intussen geen ander werk gevonden hebben, aangewezen zijn op een WW-uitkering. Het UWV betaalt overigens ook met terugwerkende kracht als werknemers in de aanloop naar het faillissement geen loon meer ontvingen. Vergeleken met andere schuldeisers (crediteuren) zijn ze dus goed af. Maar dat is vaak een schrale troost”, begrijpt ook de curator.

Hoe ontstaat een faillissement?
“Een gezonde onderneming heeft meer bezittingen dan schulden”, vervolgt Quint zijn verhaal. “Als het slecht gaat, neemt dat verschil steeds verder af en uiteindelijk kom je bij de bodem van de put. Wanneer die trend zich verder voortzet, gaat het fout. Bijvoorbeeld doordat de bank het vertrouwen verliest en het krediet opzegt.” Als een bedrijf tenminste twee schuldeisers niet meer kan betalen, kan het bij de rechtbank een faillissement aanvragen. Die aanvraag kunnen schuldeisers overigens ook zelf doen. “Dan zal je dus aan de rechter uit moeten leggen dat iemand niet meer betaalt”, weet Quint. De rechter, Matthieu Verhoeven bijvoorbeeld, moet het faillissement dan uitspreken. Er is volgens hem bijna nooit reden om een faillissementsaanvraag af te wijzen. “Vooral omdat de criteria, meer dan één schuldeiser, niet enorm groot zijn.”

Benoeming en taken van de curator
In zijn uitspraak benoemt de rechter een curator. “We hebben lijstjes met curatoren in verschillende soorten en maten. Je probeert te kijken welk type curator geschikt is voor het betreffende faillissement. Op het faillissement van Oad kunnen we wel een klein kantoortje zetten, maar dat gaat dan zelf meteen failliet”, verwacht Verhoeven. Tijdens de zitting wijst hij ook een rechter-commissaris (RC) aan. Die houdt toezicht op het functioneren van de curator. De rol van de rechter is dan even uitgespeeld en de curator neemt het stokje over. Hij heeft het nu voor het zeggen binnen het failliete bedrijf, onder supervisie van de RC. De curator weet op het moment dat hij instapt nog niets van het bedrijf. Als dat wel zo is had de rechter hem niet eens aan mogen stellen.

“Eerst stel ik me dus de vraag hoe het tot een faillissement heeft kunnen komen en ik bestudeer de historie van het bedrijf”, legt Quint zijn werkwijze uit. “In een notendop natuurlijk, want meestal kun je er een boek over schijven.” Daarna kijkt hij waar de prioriteit ligt. “De curatoren bij Oad troffen bijvoorbeeld reizigers in het buitenland aan, die niet meer terug konden. En bij een failliet ziekenhuis moeten patiënten toch echt verzorgd blijven worden. Ook kijk ik altijd direct naar eventueel toekomstperspectief.” Zijn belangrijkste taak is echter dat hij al het bezit van een bedrijf in zoveel mogelijk geld probeert om te zetten. Het opgebrachte geld verdeelt hij volgens de regels over de schuldeisers.

Einde van het faillissement
Een faillissement kan op verschillende manieren eindigen. “Wanneer alle schuldeisers hun geld krijgen, dat kan ook door een akkoord, kan het bedrijf blijven bestaan.” Maar dat zie je volgens Quint zelden. Meestal wordt het faillissement opgeheven omdat er simpelweg geen geld meer is om alle crediteuren te betalen. “Als dat zo is, houdt de bv op te bestaan”, zegt rechter Verhoeven. Ten slotte is er nog het verschil tussen rechtspersonen, in dit artikel behandeld, en natuurlijke personen. Als eigenaar van een rechtspersoon hoef je na een faillissement niet voor je privéportemonnee te vrezen, failliete natuurlijke personen des te meer.

Lees hier alles over een doorstart na een faillissement