Blog

Online bedreigingen: bewijsproblematiek (deel 2)

Eerste Hulp Bij Recht zoekt uit in welke mate online bedreigingen aan te pakken zijn. In deel één las je hoe strafbaar online bedreigingen zijn. Maar hoe moeilijk is het eigenlijk om deze internetbedreigingen te bewijzen?

Online bedreigingen lijken gemakkelijk te bewijzen. Je kunt namelijk screenshots maken, en telefoons en computers hebben specifieke nummers die te traceren zijn. Dit levert tastbaar bewijs op. Maar dat is nog geen bewijs dat het is verstuurd door de persoon van wie het account is. Bijvoorbeeld: uit onderzoek blijkt dat via het account van Pietje een bedreiging is verstuurd. Hoe weet je dan zeker dat Pietje zelf dat heeft verstuurd? Misschien heeft-ie z’n telefoon wel ergens laten slingeren en stuurde iemand anders het.

Anonimiteit
Anonieme online bedreigingen zijn erg moeilijk te onderzoeken. De politie moet van de Officier van Justitie toestemming krijgen om gegevens over een account op te vragen, te vorderen. Als ze die krijgt, kunnen bijvoorbeeld Facebook en Twitter gedwongen worden de gegevens van de verdachte  aan de politie te verstrekken. Dit betekent dat er in veel gevallen achterhaald kan worden wat het IP-adres is en vanaf welk adres of toestel iets verstuurd is.

Maar ook hier geldt: heeft deze persoon het zelf verstuurd? Esther Izaks, woordvoerder van de politie Amsterdam, vertelt: “Een  vervolgonderzoek moet uitwijzen of die persoon daadwerkelijk de afzender is van de bedreiging. Dat is soms lastig te achterhalen. Uiteindelijk geldt in onze rechtstaat namelijk altijd: je bent onschuldig tot het tegendeel is bewezen.”

Vrijheid van meningsuiting
Andere problemen komen aan het licht bij online bedreigingen die openbaar worden gedaan, bijvoorbeeld middels een tweet of een openbaar bericht op andere sociale media. Advocaat Schnepper zegt: “In dat geval is het dreigement leesbaar voor derden, mogelijk zelfs voor een groot publiek. In jurisprudentie over dit soort openbare bedreigingen wordt vaak door de verzender een beroep op de vrijheid van meningsuiting gedaan.

Dat is overigens vaak tevergeefs. Hoewel het recht op vrijheid van meningsuiting ook uitingen omvat die choqueren, beledigen of aanstoot geven, moet er wel sprake zijn van een bijdrage aan een politiek of maatschappelijk debat. “Zo werd in een zaak over een dreigtweet aan politica Femke Halsema het beroep op de vrijheid van meningsuiting verworpen, omdat er geen sprake was van een politiek waardeoordeel of satire en bovendien de tweet anoniem was verzonden en een zeer grove inhoud had”, aldus Schnepper.

Context
Hoe meer informatie de politie over een online bedreiging heeft, hoe meer ze kan doen. “Als het slachtoffer een duidelijke context en relatie met de verdachte kan beschrijven, is het voor ons gemakkelijker om een zaak op te lossen. Het is niet alleen zo dat we de dader opsporen; soms kiezen we ervoor om te bemiddelen tussen de betrokken partijen, bijvoorbeeld via de wijkagent”, vertelt Izaks.

In deel drie van de serie Online Bedreigingen lees je wat de invloed van de laagdrempeligheid is op het gemak waarmee een online bedreiging wordt geuit.

Heb je een vraag over online bedreigingen? Stel ‘m op ons forum.

Gerelateerde artikelen

  • Online bedreigingen
    Blog

    Online bedreigingen: oorzaak (deel 3)

  • Blog

    Online bedreigingen: strafbaarheid (deel 1)

  • Blog

    Laster en smaad op het internet