Blog

Online bedreigingen: strafbaarheid (deel 1)

Dagelijks worden duizenden bedreigingen de wereld in geslingerd via online platformen als Facebook, Whatsapp en Twitter. In hoeverre zijn deze internetbedreigingen aan te pakken? Eerste Hulp Bij Recht zoekt dit in drie stappen uit. Met in deel één: de strafbaarheid.

Voor online bedreigingen gelden dezelfde wetten als voor offline bedreigingen. Dat betekent dat niet elke bedreiging strafbaar is. Er zijn drie vereisten.
1. De bedreiging moet het slachtoffer hebben bereikt
2. De verzender moet de opzet hebben gehad dat de bedreiging het slachtoffer zou bereiken
3. Er moet sprake zijn van een redelijke vrees bij het slachtoffer

Mondeling en schriftelijk
In het strafrecht is er een duidelijke scheiding tussen mondelinge en schriftelijke bedreigingen. Dit onderscheid is ook van kracht bij online bedreigingen. Marcel Kikkert, advocaat bij Vallenduuk Advocaten, legt uit: “Online bedreigingen worden vaak gezien als schriftelijk, omdat ze langer blijven staan en er momenten van bezinning mogelijk zijn. De maximale straf is daarom vier jaar. Dat is hoger dan de maximale straf van twee jaar voor een mondelinge bedreiging.” Blijkens rechtspraak van de Hoge Raad is beslissend of de bedreiging de geadresseerde in leesbare vorm bereikt, ongeacht de wijze van overbrenging.

Maar niet alle bedreigingen via het internet zijn als schriftelijk te kwalificeren. Esther Schnepper, advocaat bij Köster Advocaten, vertelt: “Te denken valt aan bedreigingen in Youtube-filmpjes: deze bereiken de geadresseerde niet in leesbare vorm en zijn daarom niet schriftelijk, maar mondeling.”

Redelijke vrees
Voornamelijk het derde punt, het oproepen van redelijke vrees, is bij online bedreigingen discutabeler dan bij offline bedreigingen. Want kan een online bedreiging wel tot een redelijke vrees bij het slachtoffer leiden? Dit hangt af van de context en de omstandigheden van de situatie. Zo oordeelde het Hof Amsterdam in 2010 dat een Hyves-bericht waarin toenmalig minister-president Balkenende met de dood werd bedreigd, niet de redelijke vrees bij Balkenende kon doen ontstaan. Daarbij was van belang dat het medium een jongerennetwerk was en het bericht vol stond met smileys.

Anders oordeelde de Hoge Raad in 2012 omtrent een Hyves-bericht waarin politicus Geert Wilders werd bedreigd. Volgens de Hoge Raad werd in dit geval wel aan de vereisten van bedreiging voldaan. “Daarbij speelde mee dat Geert Wilders veelvuldig wordt bedreigd en er dus daadwerkelijk veiligheidsrisico's bestaan. Bovendien achtte het Hof van belang dat de bedreiging schriftelijk en anoniem werd gedaan, en dat de dreiging duidelijk vanuit de ik-persoon werd gedaan. Dat leidde tot de conclusie dat het bericht wel degelijk een redelijke vrees bij Wilders deed ontstaan”, verklaart Schnepper.

In deel twee van de serie Online Bedreigingen lees je hoe het exact zit met deze bewijsproblematiek.

Heb je een vraag over online bedreigingen? Stel ‘m op ons forum.

Gerelateerde artikelen

  • Online bedreigingen
    Blog

    Online bedreigingen: oorzaak (deel 3)

  • Blog

    Online bedreigingen: bewijsproblematiek (deel 2)

  • Blog

    Laster en smaad op het internet