Typisch grensgeval

Still van de Rijdende Rechter uitzending Typisch grensgeval
Typisch grensgeval, uitzending, 30 minuten
dinsdag 22 september 2009
Mr. Frank Visser beslecht burenruzies, familievetes en andere conflicten. De uitspraak van mr. Frank Visser is juridisch bindend voor de partijen; zij zijn verplicht zijn beslissing te aanvaarden. Afl.: Typisch grensgeval. Het is goed mis op een idyllisch dijkje in Purmerend. De familie De Koster is de bemoeizucht van hun buren, familie Van der Wal, meer dan zat. Ze besluiten in de achtertuin een hoge schutting te plaatsen. Eindelijk privacy, het grote genieten kan beginnen. Voor de duidelijkheid over de juiste erfgrens, stelt het kadaster deze opnieuw vast, maar familie Van der Wal is ervan overtuigd dat er dit keer verkeerd gemeten is. Als bewijs graaft meneer Van der Wal onder het oog van meester Visser de piketpalen op die in 1984 al door het kadaster in de grond geslagen zijn. Een fikse confrontatie tussen familie Van der Wal en De Koster volgt. De Rijdende Rechter graaft zich diep in de problematiek en probeert te voorkomen dat de ruzie over het randje gaat. Presentatie: Jetske van den Elsen.
Ben je het eens met de uitspraak…
Zit jij met een conflict? Plaats het op het forum

Login via Facebook en laat hier je reactie achter

Reacties van voor 2016, u kunt niet meer reageren

Het BW regelt rechtsbetrekkingen tussen burgers. Niet tussen overheid en burgers. Als overheid al partij is, dan treedt de overheid op als ‘burger’. Oorspronkelijke gemeentegrond, reeds in percelen verdeeld is op verschillende tijdstippen aan partijen, aanvankelijk erfpachter resp huurder, verkocht (1881 en 2004). Partijen zijn echter al 30 jaar buren.

Je kunt niet altijd alles (van tevoren) precies weten en daarom mag je volgens het BW in het rechtsverkeer ook een vermoeden hebben. Bijvoorbeeld vermoeden dat iemand de bezitter of eigenaar is van een bepaalde, vaak roerende zaak. Bij onroerende zaken schiet het recht te hulp door registers in te richten, maar die zijn ook niet 100% perfect.
Dat vermoeden houdt op te bestaan als er een gerede twijfel is.
Als je bijvoorbeeld twijfelt of iemand de bezitter of eigenaar is, ga je niet een bepaalde zaak van hem kopen. Tenzij je kostte wat het kost onreglementair eigenaar wilt worden.

De rechter komt om de hoek kijken om juist in deze twijfel gevallen uitkomst te bieden. Dan zijn we het stadium van vermoeden voorbij. Het vermoeden komt de burger toe, niet de rechter. Die moet juist gaan afrekenen met vermoedens. Dan gaat het om meten en weten.
Het kadaster heeft een ondubbelzinnige reconstructie meting uitgevoerd, die een stukje betwiste grond aan Koster toewijst. Helaas verder onvoldoende duidelijkheid verschaft. Een opgegraven ongemarkeerd paaltje wordt door de rechter als mogelijk kadasterpaaltje gehouden. Het kadaster kan dat niet bevestigen.

Is er nu sprake van landje pik. Hoe heeft dat dan plaatsgevonden? Oude foto met wellicht een andere betonnen rand, is als bewijs toegelaten. Onduidelijk is of het nieuwe hek op precies dezelfde plaats van het oude hek is neergezet. Ook dat kan een vermoeden zijn.
Vermoeden: Als je een hek wilt plaatsen, zorg je er voor dat je je zelf niet in de weg zit, dus ga je dat ruimhartig plaatsen. Ook met het opgegraven ongemarkeerde ‘kadasterpaaltje’ klopt het nog niet, want het paaltje ligt een aantal cm van het hek verwijderd op vd Wals betwiste terrein.
Waarom zouden vage feiten mogen prevaleren boven een reconstructie meting van het kadaster? Die instantie wordt geacht zorgvuldig en nauwkeurig te zijn. Is daar juist voor opgericht.
Art 161 overgangswet NBW staat toe dat op de erfgrens hoe dan ook een 2 meter hoge scheiding wordt aangebracht. Zoals dat in het NBW geregeld is (5:49). Het zegt alleen iets over de kosten. Als de andere partij niet wil meebetalen met een beroep op zijn oude rechten, zal de eerste partij vooraf een aan de nabuur te betalen of te verzekeren schadevergoeding moeten garanderen.
De rijdende rechter gaat dus buiten de wet om iets anders bepalen.